Ouderwetse appeltaart

Hier dan het recept van de ouderwets ambachtelijk gebakken appeltaart die gister ons hele huis deed geuren. Het is een taart die ik al jaren op deze manier bak, mijn moeder deed het ook op deze manier evenals mijn oma.
Mijn moeder en oma deden paneermeel op de bodem van de taart om het sap van de goudreignetten op te vangen.
Ik koos er jaren geleden voor om custardpoeder op de bodem te strooien, wat de taart een heerlijk smaakje van banketbakkersroom geeft, lekker in combinatie met het kaneel en de appels.

Hier volgt het recept;
Nodig voor een springvorm van 24 cm;
300 gram zelfrijzend bakmeel ( in plaats van zelfrijzend bakmeel kun je ook, 300 gram bloem met 31/2 theelepel bakpoeder en een theelepel zout nemen)
140 gram witte basterdsuiker (160 is eigenlijk de hoeveelheid, maar dan wordt het deeg erg zoet vinden wij)
200 gram ongezouten grasroomboter (géén margarine, je wilt een lekkere taart) in ijskoude blokjes
rasp van een biologische citroen
1 ei + nog een geklopt ei voor het insmeren van de taart
3 el custardpoeder
1 kilo goudreignetten (verreweg de lekkerste voor appeltaart, je taart is beslist minder lekker wanneer je andere appels neemt, kun je niet aan goudreignetten komen neem dan Elstars)
4 el suiker (eigenlijk 50 gram, maar dan wordt het wel erg zoet)
Klein beetje citroensap
3 theelepels kaneel
Springvorm van 24 cm

Bereiding; verwarm de oven voor op 175 graden, zeef het zelfrijzend bakmeel in een kom en voeg de basterdsuiker toe en de citroenrasp met het ei.
Verdeel er de boter in kleine klontjes over en voeg er aan toe. Kneed er een bal van, of doe het hele zaakje in een keukenmachine en meng het geheel.
Voeg nog wat bloem toe wanneer het deeg erg aan je handen blijft plakken. Bedek de bal deeg met plastic folie en laat een half uurtje rusten in de koelkast.
Smeer de springvorm in met boter er bestrooi de vorm met bloem. Schil de goudreignetten en snijd deze in stukjes, schud om met de suiker, kaneel en citroensap. Haal het deeg uit de koelkast en bestrooi een grote snijplank of deel van je aanrecht met bloem, rol de helft van de deegbal uit tot grote lap. Voeg bloem toe wanneer deeg blijft plakken aan de deegrol, zet er de springvorm op en snijd het deeg rondom weg. Leg de lap in de springvorm en druk goed aan naar de zijkanten tot de bodem niet te dik en niet te dun is, gebruik een deel van de rest van het deeg voor de zijkant van de taart en druk deze stevig aan de deegbodem. Snijd daarna de grillige bovenkant van de rand recht af.
Bestrooi de bodem met custard die je door middel van een zeef. Stort er de appels in en verdeel al schuddend over de bodem.
Maak van de rest van de deeg mooie repen om over de taart te draperen, zonodig extra bloem gebruiken. Druk de repen goed aan op de deegrand, wat over is is heerlijk om op te snoepen.
Verdeel het ei met een kwastje over de deeglapjes en de rand van de taart, wees er niet te zuinig mee, de taart wordt er prachtig bruin en knapperig door.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*